Ik heb heel wat Nacht Zonder Dak events meegemaakt. Een stuk of tien, denk ik, alles bij elkaar opgeteld. Ik was erbij in Utrecht, de allereerste voorafgaand aan de EO-Jongerendag. Ik heb er eentje bij de Amsterdam Arena gedaan, met een levende giraffe die halverwege stress kreeg en weigerde nog een stap te zetten (met stip een van de bizarste momenten uit mijn leven) en ik was in de Arnhemse uiterwaarden, waar het ’s nachts zo koud werd dat we met alle deelnemers bibberend bij elkaar kropen tussen de strobalen die ter decoratie waren neergelegd.

Ik heb kartonnen krotten gezien waar elk straatkind voor zou tekenen als hij er mocht wonen: kastelen met metershoge torens, villa’s vol vernuftige luikjes en kathedralen waarin ik zelf stromend water meende te ontdekken (tijdens een regenbui van apocalyptische omvang, dat wel). Ik heb deelnemers ’s avonds stuiterend van enthousiasme in hun krot zien kruipen om er de volgende ochtend gebroken, als een jichtige acrobaat, weer uit te komen. Karton ligt gewoon voor geen meter. Het isoleert bovendien slecht, de meters plakband waarmee de bouwsel bij elkaar gehouden worden, ten spijt. Hoe megalomaner de hut, hoe kouder, is de vuistregel.

Regen, kou en ontbering. Onverantwoord eigenlijk, zo’n Nacht Zonder Dak. Je kunt kinderen niet zomaar en nacht buiten leggen, met niets anders dan een paar kartonnen dozen en wat plastic. Ze doen geen oog dicht, worden ziek en krijgen onherroepelijk een stijve rug. Dis is je reinste kindermishandeling! Weten ze dat bij Tear eigenlijk wel?

Ja. Dat weten ze. Kinderen horen niet in een kartonnen doos. Daarom doe jij mee aan de Nacht Zonder Dak.

- Door Maarten Vermeulen

Onverantwoord!